Schittering – Margaret Mazzantini

Je zou Guido maar zijn, een jongen in een Italiaans welgesteld gezin, en gevoelens krijgen voor de zoon van de conciërge. Tijdens een schoolreisje naar Griekenland vindt er een toenadering tussen de twee plaats. Hier begint Guido’s zoektocht naar zichzelf die bovenal bestaat uit het ontwijken van deze bevlieging, dat is in ieder geval wat hij op dat moment denkt. Toch is de aantrekkingskracht sterker dan het verstand. Na het overlijden van zijn moeder vertrekt Guido naar Engeland, waar hij trouwt met een vrouw en kunstgeschiedenis doceert, maar ook de afstand vermindert zijn liefde voor Constantino niet. De enige oplossing voor de twee getrouwde mannen lijkt een affaire met vluchtige afspraken rondom het vliegveld. 

Deze roman over twee jongens die zichzelf willen zijn, gaat door merg een been. De aantrekkingskracht tussen de twee is sterk, maar ze blijven manieren zoeken om hun seksuele geaardheid te ontkennen. Als ze na decennia de moed hebben om voor elkaar te kiezen loopt hun relatie stuk omdat ze allebei mannen zijn. Onacceptabel voor henzelf, maar ook voor de Italiaanse buitenwereld. Guido wil het daarna nog één kans geven, maar hij heeft geen idee wat er precies met Constantino is gebeurd…

Schittering  is een pijnlijk mooi verhaal.  Margaret Mazzantini weet namelijk precies de juiste, vaak poëtische, zinnen te kiezen bij de innerlijke strijd van deze mannen. De roman leest hierdoor voor je gevoel zelfs in de Nederlandse vertaling Italiaans. Een groter compliment kan ik de vertalers niet geven. Het taalgebruik is intens genieten, maar zet je tegelijkertijd aan het denken.

Alle liefdesrelaties ontstaan uit een gemis, we offeren onszelf op aan iemand die simpelweg weet wat met die open en pijnlijke ruimte aan moet en ermee doet wat hij wil: goed voor ons zijn of ons kapotmaken.

Toch haalt de schrijfster regelmatig wat vagere trucjes uit. Zo bekijken we alles vanuit Guido die alles in een ik-vorm vertelt, maar soms verandert de schrijfster vanuit het niets naar een jij-perspectief. Ook is er een moment waarop Guido de naam van zijn geliefde achterstevoren zegt. Het verwart, maar het lijken bewuste keuzes van de schrijfster om, in bijvoorbeeld het laatste geval, de vervreemding tussen de twee te versterken.

De kracht van dit verhaal zit hem in het prachtige taalgebruik dat keer op keer het leed van de mannen raakt. Ieder vrij moment wil je deze roman woord voor woord opzuigen, als een spons, en dat vaak met waterige ogen door de schoonheid van de taal, door een verhaal waarvan je hoopt dat het niet geschreven had hoeven te worden. Dit laatste is misschien wel de kern van deze Mazzantini: alle pijn heeft ook een schittering.