De goddelijke komedie: welke editie lees ik?

Een oorontsteking gooide al snel roet in het eten met betrekking tot mijn leesvoornemen van dit jaar: het lezen van De goddelijke komedie. Ik had vorige week al bij de tiende zang van de Hel willen zijn, maar helaas kwam ik niet verder dan nummer vijf. Het is zonde om gehaast te gaan lezen, dus ik neem er alsnog gewoon de tijd voor. Ondertussen kreeg ik regelmatig de vraag welke editie ik lees, dus laat daar eens over uitweiden voor de geïnteresseerden.

Er zijn namelijk heel veel vertalingen verschenen. Zo kun je kiezen uit een prozaversie en uit de gezangen die op rijm of juist letterlijk vertaald zijn. Omdat ik het als ondersteuning bij het Italiaans lees wilde ik geen prozavertaling, maar een meer letterlijke vertaling van de zangen. Uiteindelijk heb ik gekozen voor de vertaling van Christinus Kops in de uitgave van de Wereldbibliotheek. Ik ben hierbij grotendeels afgegaan op de flaptekst:

“Van alle Dante-vertalingen in verzen is die van Kops ongetwijfeld de meest geslaagde. Zij volgt de Italiaanse tekst op de voet en weet de onnavolgbare bekoring van het origineel vast te houden.”

 

En om eerlijk te zijn bevalt dat prima. Het is een fijne ondersteuning en leest daarnaast in het Nederlands ook nog eens prettig. Door middel van voetnoten worden er onderwerpen uitgelegd die in onze huidige tijd niet vanzelfsprekend zijn, waardoor dit middeleeuwse werk toegankelijk blijft. Voor de nieuwsgierigen onder ons naar de Italiaanse versie: ik heb de editie van uitgeverij Mondadori. De drie delen zijn als afzonderlijke boeken gedrukt en bevatten in verhouding meer voetnoten dan zangen wat ervoor zorgt dat er geen gebrek aan informatie is. Al vind ik het soms toch net iets teveel afleiden van het werk zelf.

 

 

De komende tijd zit ik dus met mijn neus in De goddelijke komedie. Mocht je overwegen om je ook aan dit werk van Dante te wagen, vanaf morgen is het Poëzieweek in Nederland en België. Een mooi moment om aan De goddelijke komedie te beginnen.